Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2000

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5863.

2.13. Art. 6:119 BW bepaalt dat de schadevergoeding, verschuldigd wegens vertraging in de voldoening van een geldsom, bestaat in de wettelijke rente van die som over de tijd dat de schuldenaar met de voldoening daarvan in verzuim is geweest. Het gaat hier om een geval van onverschuldigde betaling18. Art. 6:205 BW bepaalt dat de ontvanger die een goed te kwader trouw heeft aangenomen zonder ingebrekestelling in verzuim is. Blijkens de parlementaire geschiedenis van laatstgenoemde bepaling, is de term “te kwader trouw” hier in subjectieve zin gebruikt. De toelichting vervolgt19:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f1b60a02e6cac0aa1d2dc54b35cf83dc66ddf5fc4886d19f22d67a21c8773387. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f1b60a02e6cac0aa1d2dc54b35cf83dc66ddf5fc4886d19f22d67a21c8773387, en de alinea staat in dat document op bytes 21774 tot 22374.