Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2000

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5863.

2.14. Toch wordt in de literatuur wel aangenomen dat, indien het toewijzend vonnis van de eerste rechter in beroep alsnog ongedaan is gemaakt, niet volstaan kan worden met de teruggave van het betaalde bedrag, maar ook de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de datum van betaling tot de datum van terugbetaling behoort te worden vergoed21. Wat is daarvoor de grondslag? Een in aanmerking komende grondslag is de aansprakelijkheid uit hoofde van onrechtmatige daad; vgl. HR 16 november 1984, NJ 1985, 547 m.nt. WHH en LWH; HR 12 mei 1989, NJ 1990, 130 m.nt. WHH; HR 19 februari 1999, NJ 1999, 367. De onrechtmatige daad is dan de (dreiging met) tenuitvoerlegging van het later vernietigde vonnis. Bij een verplichting tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad treedt het verzuim zonder ingebrekestelling in wanneer de verbintenis niet terstond wordt nagekomen (art. 6:83, aanhef en onder b, BW). Kennelijk heeft het hof deze grondslag voor ogen gehad22. De klacht faalt om deze reden. Het beroep van de Staat op art. 6:83, aanhef en onder c, BW kan verder onbesproken blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f1b60a02e6cac0aa1d2dc54b35cf83dc66ddf5fc4886d19f22d67a21c8773387. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f1b60a02e6cac0aa1d2dc54b35cf83dc66ddf5fc4886d19f22d67a21c8773387, en de alinea staat in dat document op bytes 23495 tot 24591.