Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 mei 2000

Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 26 mei 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 mei 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5955.

3.19 Ik merk nog op dat het onderdeel er abusievelijk van uitgaat dat het bestreden arrest dwingt tot het thans aangaan van de overeenkomst. In zoverre mist de klacht ook belang. Waartoe het vonnis van de Rechtbank nauwkeurig voert hangt - naast het onder 3.11 genoemde overgangsrecht - m.i. af van de vraag wat zou zijn geschied wanneer de overeenkomst zou zijn aangegaan op het moment dat daartoe - ingevolge de uitspraak van de Afdeling - een gehoudenheid bestond. In dat verband is m.i. van belang dat niet gesteld of gebleken is dat [verweerster] als fysiotherapeut niet voldeed. Het ligt daarom m.i. voor de hand de vraag te beantwoorden door het maken van een vergelijking met andere fysiotherapeuten wier overeenkomsten na ommekomst van de overgangstermijn expireerden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41733b2ecb00798a4db45e8f73c3d85f26020d91fabe2f6b53e43b65b4d9e9fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41733b2ecb00798a4db45e8f73c3d85f26020d91fabe2f6b53e43b65b4d9e9fe, en de alinea staat in dat document op bytes 39020 tot 39810.