Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 mei 2000

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 26 mei 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 mei 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5964.

Leijten heeft in zijn zojuist genoemde conclusie betoogd dat hem niet voor betwisting vatbaar lijkt "dat de-al-dan-niet-redelijkheid van de weigering om aan een reglementswijziging mee te werken mede kan afhangen van de voorwaarden waaronder indertijd de appartementseigenaren hun appartementsrecht hebben gekocht". Op deze passage is door [verweerder 1] c.s. een beroep gedaan (pleitaantekeningen in appèl, p. 7). Leijten vervolgde zijn betoog aldus: "Wie heeft gekocht toen als regel gold dat zijn bijdrage in de kosten en schulden ten hoogste honderd gulden per maand zou bedragen, zal op die in het verleden gewortelde grond niet onredelijk mogen heten als de wijziging inhoudt dat hij in de toekomst tenminste duizend gulden per maand als bijdrage zal moeten betalen." Het komt mij dan ook voor dat Leijten niet (zozeer) doelde op een situatie als de onderhavige waarin de verplichting tot centraal verhuren nog niet was neergelegd in de splitsingsakte maar alleen was opgenomen in de koop-/aannemingsovereenkomst, terwijl (ten onrechte) ervan werd uitgegaan dat een en ander geregeld zou kunnen worden in het nog vast te stellen huishoudelijk reglement.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/55d2c809173b7c4790e3c0096c56c03d1d515bb3030039314068e6a0c9387790. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 55d2c809173b7c4790e3c0096c56c03d1d515bb3030039314068e6a0c9387790, en de alinea staat in dat document op bytes 31192 tot 32366.