Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2000

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6200.

3.1. Maar de staatssecretaris beroept zich in casu op een arrest van uw eerste kamer dat “een belangrijke nuancering” van de jurisprudentie van uw derde kamer zou inhouden. Dat arrest6 betrof de volgende situatie: de belastingadviseur van een BV schreef naar aanleiding van een reeds lang slepende aanslag vennootschapsbelasting aan de Ontvanger: "naar mijn mening moet ten aanzien van de onderhavige aanslag, nummer (...) worden geconstateerd dat hij is verjaard (...). Gaarne verneem ik ten aanzien van het bovenstaande uw visie". De Ontvanger antwoordde: "Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 23 sept. 1988 (...) deel ik u mede, dat de aanslag Vennootschapsbelasting 1979, nr. (...) is verjaard. Ik vertrouw erop u naar behoren te hebben geïnformeerd". De ondertekening luidde: de ontvanger, handtekening, E, commies. Twee dagen later schreef de Ontvanger echter aan de belastingadviseur: "Bij brief van 17 oktober schreef mijn medewerker, E, dat deze aanslag verjaard is. Ik moet u mededelen dat deze brief als niet geschreven moet worden beschouwd (...)". De belastingadviseur ontving beide brieven niet tegelijk, maar in cassatie ging uw eerste kamer er uitdrukkelijk vanuit dat de belanghebbende BV wel tegelijktertijd kennis nam van beide brieven. Dit betekent mijns inziens dat uw eerste kamer er vanuit ging dat voor zover er bij de belanghebbende BV vertrouwen was gewekt, dit vrijwel op hetzelfde moment weer moest zijn weggenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb1aebbc5e8195b65e8f2eedb8ef065281a3e918b9330cc02967013a79628b05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb1aebbc5e8195b65e8f2eedb8ef065281a3e918b9330cc02967013a79628b05, en de alinea staat in dat document op bytes 12543 tot 14006.