Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2000
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6200.
4.5. Voor het geval u daarover anders denkt, merk ik nog het volgende op. De staatssecretaris betoogt dat - nu het Hof in het midden heeft gelaten of de belanghebbende schade heeft geleden - in cassatie ervan uit moet worden gegaan dat zulks niet het geval is. De belanghebbende heeft voor het Hof echter aangevoerd dat verhaal op de werknemers bemoeilijkt is door de toezegging van de fiscus. Het Hof is niet toegekomen aan deze stelling. Indien u, anders dan ik, meent dat de belastingdienst in casu binnen twee dagen op zijn toezegging kon terugkomen, moet de zaak mijns inziens verwezen worden voor een feitelijk onderzoek naar de vraag of de belanghebbende, doordat zij handelingen heeft verricht of nagelaten in het kortstondige vertrouwen op de later herroepen toezegging, in een nadeliger positie geraakt bij niet-honorering van dat vertrouwen dan zij zonder de toezegging zou zijn geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb1aebbc5e8195b65e8f2eedb8ef065281a3e918b9330cc02967013a79628b05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb1aebbc5e8195b65e8f2eedb8ef065281a3e918b9330cc02967013a79628b05, en de alinea staat in dat document op bytes 22821 tot 23732.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb1aebbc5e8195b65e8f2eedb8ef065281a3e918b9330cc02967013a79628b05 | shasum -a 256