Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2000

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6201.

4.7. De koper wenst een huis met zekerheid, dus een A-garantie. Dat is ook wat hem op de markt aangeboden wordt. De aannemer koopt die garantie vooraf bij A ten behoeve van de toekomstige koper tegen betaling van een provisie die hij voor zoveel mogelijk zal doorberekenen in de koop/aanneemsom. Hoewel mijns inziens op basis van de vaststaande feiten niet het gevolg getrokken kan worden dat de aannemer namens of in opdracht van de koper handelt bij het verkrijgen van de garantie en met name niet bij het betalen van de “provisie” aan B (zie 4.4), is het niet onmogelijk om op die basis het gevolg te trekken dat de aannemer in zijn contractuele relatie met B/A een garantie ten behoeve van een derde (de koper) bedingt. Dat is toch wat de aannemer in art. 8, lid 2, van de koop/aannemingsovereenkomst als verplichting op zich neemt jegens de koper. Het zou dan gaan om een verzekering ten behoeve van een derde (art. 264 WvK), dus om een beding ten behoeve van een derde; een derdenbeding.13 Ook de wetgever gaat in het Ontwerp BW gaat uit van die kwalificatie (art. 7.17.2.4a14). De koper kan worden geacht het derdenbeding te aanvaarden door een woning onder A-garantie te kopen en geldt dan als partij bij de overeenkomst (zie art. 6:253 en 6:254 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63f7615ff868fbaf4d32b2c368f12a5e88eda62601cd603c410a60b486a9be76. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63f7615ff868fbaf4d32b2c368f12a5e88eda62601cd603c410a60b486a9be76, en de alinea staat in dat document op bytes 28176 tot 29451.