Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2000

Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6201.

6.1. Borgtocht is de overeenkomst waarbij de ene partij, de borg (dat zou in casu zijn: B/A), zich tegenover de andere partij, de schuldeiser (de koper), verbindt tot nakoming van een verbintenis, die een derde, de hoofdschuldenaar (de aannemer), tegenover de schuldeiser (de koper) heeft of zal krijgen (art. 7:850, lid 1 BW). Borg (A) en hoofdschuldenaar (aannemer) zijn beide voor het geheel aansprakelijk (art. 6:6 jo. 7:850, lid 3 BW). Het moet voor de schuldeiser (de koper) duidelijk zijn dat een niet-draagplichtige medeschuldenaar (A) zich verbindt de schuld van een ander te voldoen, hoewel deze schuld hem niet aangaat.25 In casu is het uit de afgifte van het garantiecertificaat door A voor de koper duidelijk dat A zich garant stelt voor de nakoming van de verplichtingen van de aannemer. De aannemer en A zijn beide voor het geheel aansprakelijk. Pas nadat de aannemer in de nakoming van zijn verbintenis feitelijk is tekort geschoten, is A tot nakoming gehouden. A heeft vervolgens een regresvordering op de aannemer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63f7615ff868fbaf4d32b2c368f12a5e88eda62601cd603c410a60b486a9be76. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63f7615ff868fbaf4d32b2c368f12a5e88eda62601cd603c410a60b486a9be76, en de alinea staat in dat document op bytes 40108 tot 41153.