Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2000

Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6201.

6.4. De hoofdschuldenaar hoeft voor de geldigheid van een borgtocht niet op de hoogte te zijn van het bestaan ervan.26 De aannemer is in casu overigens volledig op de hoogte. Uit de koop/aannemingsovereenkomst (art. 8, lid 2) blijkt dat hij zich verplicht B te verzoeken de borgtocht aan te gaan jegens de koper. Uit de GW-regeling blijkt (zie 4.4. hierboven) dat de aannemer een borgtochtvergoeding aan B betaalt en wel bij voorbaat. B kan weigeren, in welk geval de borgtocht niet tot stand komt, en de koop/aannemingsovereenkomst ontbonden wordt. Aangenomen moet worden dat B alsdan ook de “provisie” terugbetaalt aan de aannemer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63f7615ff868fbaf4d32b2c368f12a5e88eda62601cd603c410a60b486a9be76. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63f7615ff868fbaf4d32b2c368f12a5e88eda62601cd603c410a60b486a9be76, en de alinea staat in dat document op bytes 41613 tot 42263.