Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2000
Alinea 110 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6202.
4.3. Maar er zijn ook argumenten voor het tegenovergestelde standpunt (geen verduidelijking, maar verruiming). In de eerste plaats wijs ik op de imperatieve formulering van art. 1, punt 5, van de richtlijn vóór de 1994-wijziging (“.... de jure of de facto moeten worden nageleefd voor het verhandelen of het gebruik”; “.... la cui osservanza è obbligatoria de jure o de facto per la commercializzazione o l'utilizzazione”; “..... cuyo cumplimiento sea obligatorio, de iure o de facto, para la comercialización o la utilización”; “..... deren Beachtung de jure oder de facto für das Inverkehrbringen oder die Verwendung (...) verbindlich ist”; “.....dont l'observation est obligatoire, de jure ou de facto, pour la commercialisation ou l'utilisation”; “..... the observance of which is compulsory, de jure or de facto, in the case of marketing or use”; de cursiveringen zijn van mij; PJW).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef59d02acde1537dca8e25d2d2b939157262cfce28b560b6b23c2993e7a4ad0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef59d02acde1537dca8e25d2d2b939157262cfce28b560b6b23c2993e7a4ad0d, en de alinea staat in dat document op bytes 45005 tot 45937.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef59d02acde1537dca8e25d2d2b939157262cfce28b560b6b23c2993e7a4ad0d | shasum -a 256