Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2000
Alinea 150 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6202.
5.10. Indien dit oordeel aldus moet worden verstaan dat de belanghebbende geen belang heeft bij beroep op de niet-toepasselijkheid van een vrijstelling waarop hij bovendien geen beroep doet, onderschrijf ik het. In dit onderdeel van mijn conclusie veronderstel ik echter (maar ben zulks niet van mening) dat niet alleen de vrijstellingen, maar ook de hoofdregel(s) van de BPM meldplichtige technische voorschriften zouden opleveren. Bij die veronderstelling is de vraag naar de (reikwijdte van de) directe werking van de artt. 8 en 9 van de richtlijn ter zake van fiscale maatregelen niet een acte clair en zou een prejudiciële vraag aan het HvJ EG aangewezen zijn. Naar mijn mening komt u aan die vraag echter niet toe.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef59d02acde1537dca8e25d2d2b939157262cfce28b560b6b23c2993e7a4ad0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef59d02acde1537dca8e25d2d2b939157262cfce28b560b6b23c2993e7a4ad0d, en de alinea staat in dat document op bytes 67663 tot 68398.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef59d02acde1537dca8e25d2d2b939157262cfce28b560b6b23c2993e7a4ad0d | shasum -a 256