Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6231.

Toen de vrouw de onroerende zaak, dat wil zeggen de ondergrond met het woonhuis in aanbouw, had verkocht aan een zekere [koper 1] en [koper 2] voor de prijs van f 820.000,-, hebben de vrouw, [eiseres] en de Bank een overeenkomst gesloten waarbij de vrouw - bij "pandakte" van 15 oktober 1993 - ten behoeve van de Bank en [eiseres] (die daartegenover hun rechten op de onroerende zaak prijsgaven) een pandrecht heeft geves-tigd op haar vordering op [koper 1] en [koper 2] (verminderd met de overdrachtskosten); dit, met rangregeling "als ware gemeld hypotheekrecht niet doorgehaald en (..) het retentierecht niet opgeheven". Bij dezelfde akte waarin de vrouw wordt aangeduid als "pandgever", de Bank als "pandhouder sub 1" en [eiseres] als "pandhouder sub 2" zijn de Bank en [eiseres] overeengekomen dat [eiseres] de Bank zal dagvaarden voor de bevoegde rechter en dat aan de rechter de volgende vragen zullen worden voorgelegd (waarbij beslissend zou zijn de positie van de pandhouders als ware het hypotheekrecht niet doorgehaald en het retentierecht niet opgeheven):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac313ebc78867a452a4f4b8bf1761c71aa35c5e88771f32b5d1b4754310762e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac313ebc78867a452a4f4b8bf1761c71aa35c5e88771f32b5d1b4754310762e2, en de alinea staat in dat document op bytes 8597 tot 9678.