Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6231.

3. [Eiseres] heeft de Bank op de voet van de hiervoor bedoelde overeenkomst gedagvaard voor de Rechtbank te Haarlem en gevor-derd te verklaren voor recht dat zij zich met voorrang boven de Bank tot het volle bedrag van haar bouwvorderingen mag verhalen op "de kooppenningen". De Bank heeft zich op het standpunt gesteld dat [eiseres] geen beroep op een retentierecht toekwam omdat haar vordering is gebaseerd op een overeenkomst waarbij de vrouw geen partij was en de aannemer niet te goeder trouw was. Zij heeft in reconventie gevorderd te verklaren voor recht dat zij zich met voorrang tot het volle bedrag van haar vordering boven [eiseres] mag verhalen op de kooppenningen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac313ebc78867a452a4f4b8bf1761c71aa35c5e88771f32b5d1b4754310762e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac313ebc78867a452a4f4b8bf1761c71aa35c5e88771f32b5d1b4754310762e2, en de alinea staat in dat document op bytes 10493 tot 11183.