Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6231.
5. [Eiseres] is van dit vonnis in hoger beroep gekomen; zij heeft daarbij haar eis in zoverre verminderd dat zij uitgaat van een vordering van een bedrag van f 697.473,67, althans van f 276.326,60, althans van een zodanig bedrag als het Hof in goede justitie zal vermenen te behoren. In appèl heeft [eiseres] zich erop beroepen dat zij gezien art. 3:291 lid 2 BW ook een retentierecht kon uitoefenen voor hetgeen zij van de man te vorderen had uit hoofde van de aanvullende overeenkomst (aang-enomen dat deze niet op naam van de vrouw was gesloten), omdat de man "feitelijk volledig bevoegd" was de aannemingsovereenk-omst op eigen naam aan te gaan nu de vrouw de man de vrije hand had gelaten, althans omdat zij ([eiseres]) niet de minste reden had aan die bevoegdheid te twijfelen. Zij heeft betoogd dat zij dit retentierecht ook jegens de Bank kon uitoefenen omdat de hypotheekakte niet de minste beperking inhield en [eiseres] ook niet de minste reden had aan de bevoegdheid van de man te twijfelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac313ebc78867a452a4f4b8bf1761c71aa35c5e88771f32b5d1b4754310762e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac313ebc78867a452a4f4b8bf1761c71aa35c5e88771f32b5d1b4754310762e2, en de alinea staat in dat document op bytes 13243 tot 14260.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ac313ebc78867a452a4f4b8bf1761c71aa35c5e88771f32b5d1b4754310762e2 | shasum -a 256