Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6231.
6. Het Hof te Amsterdam heeft het vonnis van de Rechtbank bekrachtigd; het overwoog daartoe het volgende. In rechtsover-weging 4.3 stelde het Hof voorop dat [eiseres] haar "pretense retentierecht" grondt op onbetaalde facturen ter zake van de voortgeschreden bouw en dat het haars inziens geen verschil maakt of deze facturen haar grond vinden in een met de vrouw ([..]) dan wel met de man ([..]) gesloten overeenk-omst, doch dat de Bank zich op het standpunt stelt dat de door [eiseres] met de man gesloten aanvullende overeenkomst de vrouw niet regardeert en zeker niet een aan de vrouw of aan de Bank tegen te werpen retentierecht kan doen ontstaan. In de rechts-overwegingen 4.4 en 4.5 overwoog het Hof daarop als volgt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac313ebc78867a452a4f4b8bf1761c71aa35c5e88771f32b5d1b4754310762e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac313ebc78867a452a4f4b8bf1761c71aa35c5e88771f32b5d1b4754310762e2, en de alinea staat in dat document op bytes 14970 tot 15707.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ac313ebc78867a452a4f4b8bf1761c71aa35c5e88771f32b5d1b4754310762e2 | shasum -a 256