Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6231.

4.4 Op grond van het bepaalde in artikel 3:291 tweede lid van het Burgerlijk Wetboek staat in ieder geval vast, dat de crediteur een retentierecht tegen een derde met een ouder recht kan inroepen ter zake van een vordering uit een over-eenkomst die de debiteur (jegens de eigenaar) bevoegd was te sluiten. [Eiseres] pretendeert echter geen vordering uit de met [de vrouw] op 21 februari 1992 gesloten overeenkomst (de daarop betrekking hebbende facturen waren immers - naar onbestreden tussen partijen vaststaat - alle tijdig voldaan), doch daarentegen uit de met [de man] op dezelfde dag gesloten "aanvullende overeenkomst".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac313ebc78867a452a4f4b8bf1761c71aa35c5e88771f32b5d1b4754310762e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac313ebc78867a452a4f4b8bf1761c71aa35c5e88771f32b5d1b4754310762e2, en de alinea staat in dat document op bytes 15715 tot 16354.