Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6231.

4.5 Een redelijke wetstoepassing brengt echter met zich mee dat de crediteur niet alleen een retentierecht toekomt wanneer het gaat om een overeenkomst als in de vorige rechtsoverweging omschreven, maar ook als het gaat om een overeenkomst ten aanzien waarvan de crediteur zich redelijkerwijs niet behoefde te verdiepen in de bevoegdheid van de debiteur, omdat de overeenkomst met een normale exploitatie van de zaak in over-eenstemming is. In dit verband heeft [eiseres] gesteld, dat reeds in zijn algemeenheid van de feitelijke bevoegdheid van een echtgenoot mag worden uitgegaan, wanneer deze aanvullende opdrachten geeft voor de bouw van een (toekomstige) echtelijke woning, en a fortiori in dit geval, waar uitsluitend [de man] de onderhandelingen met [eiseres] voerde en de overeenkomsten met [eiseres] aanging."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac313ebc78867a452a4f4b8bf1761c71aa35c5e88771f32b5d1b4754310762e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac313ebc78867a452a4f4b8bf1761c71aa35c5e88771f32b5d1b4754310762e2, en de alinea staat in dat document op bytes 16411 tot 17242.