Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6231.

In rechtsoverweging 4.6 is het Hof tot de slotsom gekomen dat dit betoog van [eiseres] (het betoog dat het bij de aanvul-lende overeenkomst ging om een overeenkomst ten aanzien waar-van [eiseres] zich redelijkerwijs niet behoefde te verdiepen in de bevoegdheid van de man) niet kan worden aanvaard. Het Hof achtte in dat verband doorslaggevend dat [eiseres] de aanvank-elijke overeenkomst sloot met de eigenaar van de kavel grond, de vrouw, die naar haar bekend was buiten gemeenschap van goederen met de man was gehuwd. Aan deze omstandigheid verbond het Hof de conclusie dat reeds het feitelijk substraat van [eiseres]s betoog faalde en voorts dat niet kon worden volgehou-den dat [eiseres] zich onder die omstandigheden niet behoefde te verdiepen in de bevoegdheid van de man om - aldus het Hof - "zijn vrouw te binden aan ingrijpend andere voorwaarden dan waarop zij luttele uren tevoren zelf had gecontracteerd". [Eiseres] kon dan ook niet uitgaan van het bestaan van een feitelijke bevoegdheid, wat er verder ook zij van dat begrip, terwijl [eiseres] ook onvoldoende had gesteld om aannemelijk te maken dat de vrouw de schijn van vertegenwoordigingsbevoegd heeft gewekt. Aldus het Hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac313ebc78867a452a4f4b8bf1761c71aa35c5e88771f32b5d1b4754310762e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac313ebc78867a452a4f4b8bf1761c71aa35c5e88771f32b5d1b4754310762e2, en de alinea staat in dat document op bytes 17250 tot 18456.