Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6231.

8. Middelonderdeel 1 strekt ten betoge dat het Hof is voor-bijgegaan aan de essentiële stelling van [eiseres] dat haar retentierecht ook had moeten en kunnen worden erkend indien de bevoegdheid van de man ([..]) om met betekking tot de aan de vrouw ([..]) toebehorende zaak de aanvullende over-eenkomst met [eiseres] te sluiten "slechts" inhield dat de vrouw ermee heeft ingestemd dat de man zulks op eigen naam en voor eigen rekening deed, "waartoe - voor zover al rechtens vereist - [eiseres] zowel [de vrouw] als [de man] ook jegens de Rabo-bank bevoegd mocht achten". Deze stelling was - aldus het middelonderdeel - feitelijk geadstrueerd met het betoog dat de vrouw jegens [eiseres] aan de man steeds de vrije hand heeft gelaten in het overleg over en het toezicht op de aard en de omvang van de bouw van de nieuwe echtelijke woning.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac313ebc78867a452a4f4b8bf1761c71aa35c5e88771f32b5d1b4754310762e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac313ebc78867a452a4f4b8bf1761c71aa35c5e88771f32b5d1b4754310762e2, en de alinea staat in dat document op bytes 18774 tot 19626.