Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6231.
11. Gaat het middel reeds niet op omdat het daarin vervatte betoog faalt, het middel mist naar het mij voorkomt bovendien feitelijke grondslag met zijn klacht dat het Hof niet is ingegaan op de essentiële stelling van [eiseres] dat haar reten-tierecht jegens de Bank ook erkend had moeten worden indien de vrouw aan de man de bevoegdheid heeft verleend op eigen naam en voor eigen rekening de aanvullende overeenkomst te sluiten door aan de man de vrije hand (en daarmee "feitelijke bevoegd-heid") te geven. Ik kom tot dit oordeel op grond van de rechtsoverwegingen 4.3 en 4.4.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac313ebc78867a452a4f4b8bf1761c71aa35c5e88771f32b5d1b4754310762e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac313ebc78867a452a4f4b8bf1761c71aa35c5e88771f32b5d1b4754310762e2, en de alinea staat in dat document op bytes 25741 tot 26332.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ac313ebc78867a452a4f4b8bf1761c71aa35c5e88771f32b5d1b4754310762e2 | shasum -a 256