Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6232.

2.3 Asser/Mijnssen/Van Velten6 menen dat aan de eis van art. 8:792 aanhef en onder c BW kan worden voldaan door bijvoorbeeld te vermelden dat de rente 2% boven een bepaald rentetype van de Nederlandse Bank zal bedragen, waardoor deze bepaalbaar is.7 Deze opvatting heeft echter als nadeel dat daarin geen ruimte is voor enige onderhandeling tussen schuldeiser en schuldenaar over dat rentepercentage. Bovendien wordt zonder toelichting niet voldaan aan de door de wettekst gestelde eis dat in de hypotheekakte de tijdstippen moeten worden vermeld waarop de rente vervalt. Dit is bij een (krediet- of) bankhypotheek onmogelijk nu op het moment van vestiging onzeker is óf in de toekomst nog vorderingen van de hypotheekhouder op de scheepseigenaar zullen ontstaan en zo ja, wanneer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d451fba489451349b33ece22a16df4f72003aa5aead200bae665c9092b46805. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d451fba489451349b33ece22a16df4f72003aa5aead200bae665c9092b46805, en de alinea staat in dat document op bytes 13963 tot 14758.