Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6232.
2.6 De geldigheid van de bankhypotheek in het algemeen is naar oud en nieuw recht onomstreden.10 Wat betreft het thans geldende recht blijkt dit zowel uit art. 3:231 lid 1 BW, waarin wordt bepaald dat het recht van pand of hypotheek zowel voor een bestaande als voor een toekomstige vordering kan worden gevestigd, als uit de wetsgeschiedenis.11 Wel dient volgens art. 3:231 lid 2 BW de vordering voldoende bepaalbaar te zijn. Hierop aansluitend bepaalt art. 3:260 lid 1, 2e zin BW, dat de hypotheekakte een aanduiding moet bevatten van
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d451fba489451349b33ece22a16df4f72003aa5aead200bae665c9092b46805. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d451fba489451349b33ece22a16df4f72003aa5aead200bae665c9092b46805, en de alinea staat in dat document op bytes 16007 tot 16557.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d451fba489451349b33ece22a16df4f72003aa5aead200bae665c9092b46805 | shasum -a 256