Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6232.

2.18 Samenvattend kan dus worden gezegd (i) dat de (krediet- en) bankhypotheek een onmisbaar instrument in het financieringsverkeer is, waarvan de rechtsgeldigheid buiten kijf staat en (ii) dat derden die verhaal willen nemen op de verhypotheceerde zekerheid, worden beschermd tegen het oplopen van rente op schulden die ten tijde van het verschaffen van de zekerheid nog niet bestonden, doordat (ook) deze renteposten vallen onder het maximum-bedrag waarvoor de hypotheekhouder verhaal kan zoeken op het zekerheidsobject. Voorts is publicatie van die renteposten in de akte van vestiging (iii) niet alleen niet mogelijk maar tevens (iv) weinig informatief, aangezien ook eventuele aflossingen of schommelingen van het gesecureerde bedrag uit anderen hoofde, niet worden gepubliceerd. Mede gelet op (v) het wettelijk systeem, meer in het bijzonder de samenhang met de regeling van hypotheek in het algemeen en van hypotheek op zeeschepen in het bijzonder alsook gezien (vi) het feit dat art 8: 792 BW is ontleend aan art 7 sub a van het Protocol bij het Verdrag van Genève, welke bepaling een slechts beperkte strekking heeft en met name niet op bankhypotheken van toepassing is, bestaat er dan ook alle aanleiding de onderhavige bepaling eng uit te leggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d451fba489451349b33ece22a16df4f72003aa5aead200bae665c9092b46805. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d451fba489451349b33ece22a16df4f72003aa5aead200bae665c9092b46805, en de alinea staat in dat document op bytes 27649 tot 28920.