Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6237.

ANu L.E. Beheer blijkens haar eigen stellingen wist dat [de echtgenoot] een stamrechtovereenkomst had, had het op haar weg gelegen inzage te verlangen in de van die overeenkomst opgemaakte akte dan wel bij [de echtgenoot] te informeren of bij die overeenkomst mede ten behoeve van zijn echtgenote aanspraken waren toegekend. [De echtgenoot] zou slechts dan gehouden zijn geweest L.E. Beheer dienaangaande te informeren indien L.E. Beheer van het bestaan van de stamrechtovereenkomst onkundig zou zijn geweest, doch nu zoals reeds is overwogen L.E. Beheer daarmee bekend was rustte niet op [de echtgenoot] de plicht L.E. Beheer te informeren omtrent de inhoud daarvan doch lag het op de weg van L.E. Beheer zelf daarnaar te vragen en zonodig een eigen onderzoek in te stellen. Nu L.E. Beheer dat heeft nagelaten moet haar beroep op dwaling als ongegrond worden verworpen.@

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd8bbb8c638334cda12cb207529fbe7d80fdf58b6ef34314026aa43cbc3d0131. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd8bbb8c638334cda12cb207529fbe7d80fdf58b6ef34314026aa43cbc3d0131, en de alinea staat in dat document op bytes 9676 tot 10560.