Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6237.

2.3. In HR 15 november 1957, NJ 1958, 67 m.nt. LEHR (Baris/Riezenkamp) en HR 21 januari 1966, NJ 1966, 183 m.nt. GJS (Booy/Wisman) werd reeds beslist dat een contractspartij in de regel mag afgaan op de juistheid van door de wederpartij gedane mededelingen en dat die wederpartij in strijd met de goede trouw kan handelen indien zij, ter afwering van een beroep op dwaling, aanvoert dat ten onrechte op de juistheid van haar mededelingen is vertrouwd6. In art. 6:228 lid 1 BW is dit de a-grond: indien de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, tenzij deze mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder deze inlichting zou worden gesloten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd8bbb8c638334cda12cb207529fbe7d80fdf58b6ef34314026aa43cbc3d0131. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd8bbb8c638334cda12cb207529fbe7d80fdf58b6ef34314026aa43cbc3d0131, en de alinea staat in dat document op bytes 11650 tot 12323.