Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6237.
2.7. De klachten bouwen voort op de regel, aanvaard in HR 30 november 1973, NJ 1974, 97 m.nt. GJS (Van der Beek/Van Dartel) en latere rechtspraak11. Deze regel houdt in dat wanneer een partij voor de totstandkoming van een overeenkomst aan de wederpartij bepaalde inlichtingen had behoren te geven teneinde te voorkomen dat de wederpartij zich omtrent de betreffende punten een onjuiste voorstelling zou maken, de goede trouw zich in het algemeen ertegen zal verzetten dat eerstgenoemde partij ter afwering van een beroep op dwaling aanvoert dat de wederpartij het ontstaan van de dwaling aan zichzelf te wijten heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd8bbb8c638334cda12cb207529fbe7d80fdf58b6ef34314026aa43cbc3d0131. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd8bbb8c638334cda12cb207529fbe7d80fdf58b6ef34314026aa43cbc3d0131, en de alinea staat in dat document op bytes 15673 tot 16304.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd8bbb8c638334cda12cb207529fbe7d80fdf58b6ef34314026aa43cbc3d0131 | shasum -a 256