Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6237.
2.8. De steller van het middel neemt als vanzelfsprekend aan dat deze regel kan worden toegepast op een aandelentransactie. Hoewel [de echtgenote] dat op zich niet bestrijdt - de s.t. van haar kant, sub 4, vermeldt op dit punt slechts dat de gevolgen van een eventuele dwaling voor rekening van [werknemer] dienen te blijven Anu hij ampel gelegenheid heeft gehad om zich een juiste voorstelling te vormen@ -, valt hierover wel iets meer te zeggen12. De rechtspraak, aangehaald in de vorige alinea, betrof geen aandelentransacties: in NJ 1974, 97 ging het (kort samengevat) om de koop van een appartementsrecht, waarbij de woning door de gemeente gevorderd bleek te zijn; in NJ 1985, 771 om de huur van bedrijfsruimte en een verzwegen onteigeningsbesluit; in NJ 1991, 251 om de koop van een gebruikte auto die eerder schade gehad bleek te hebben en in NJ 1998, 666 om de koop van een woning waarin scheurvorming aanwezig was met ingrijpende gevolgen. Stuk voor stuk overeenkomsten, voornamelijk in de consumentensfeer, waarbij menselijkerwijs nog is te overzien welke informatie voor de wederpartij van belang kan zijn en daarom niet verzwegen mag worden. Bij een overeenkomst van koop en verkoop van aandelen in een onderneming - ongeacht of het gaat om enkele aandelen, een meerderheidsbelang of alle aandelen - kunnen in beginsel álle van de onderneming deel uitmakende rechten en verplichtingen van belang zijn voor het sluiten van de overeenkomst (i.h.b. voor de koopprijs). Een onderneming is doorgaans gebonden aan huur-, verzekerings- en arbeidsovereenkomsten, milieuvergunningen, afspraken met de belastingdienst enz. Kan van de verkoper van aandelen worden verwacht dat hij niet alleen het bestáán van die overeenkomsten, vergunningen etc. maar ook alle daarmee samenhangende rechten en verplichtingen (dus: alle contractsvoorwaarden, alle polisbepalingen, alle vergunningsvoorschriften e.d.) ongevraagd aan de aspirant-koper mededeelt teneinde te voorkomen dat de koper zich omtrent de desbetreffende punten een onjuiste voorstelling zal maken? Dat is in wezen de vraag die in dit geding aan de orde is: was het voldoende dat de aspirant-koper het bestaan van de stamrechtovereenkomst kende of moest de verkoper aan de aspirant-koper ook mededelen voor wie er rechten uit de stamrechtovereenkomst voortvloeiden en welke rechten dat waren? Op de een of andere wijze zal bij aandelentransacties een afbakening van de spreekplicht moeten plaatsvinden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd8bbb8c638334cda12cb207529fbe7d80fdf58b6ef34314026aa43cbc3d0131. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd8bbb8c638334cda12cb207529fbe7d80fdf58b6ef34314026aa43cbc3d0131, en de alinea staat in dat document op bytes 16324 tot 18799.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd8bbb8c638334cda12cb207529fbe7d80fdf58b6ef34314026aa43cbc3d0131 | shasum -a 256