Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6237.

2.13. Het is niet zo gemakkelijk, uit een regel, die zo is toegesneden op de bijzonderheden van het gegeven geval, gevolgtrekkingen te maken voor aandelentransacties. De verwijzing naar Ade in het verkeer geldende opvattingen@ door de Hoge Raad houdt, naar ik vermoed, verband met het tweede lid van art. 6:228 BW, waar deze term wordt gebruikt. In dat tweede lid is onder meer bepaald dat de vernietiging wegens dwaling niet kan worden gegrond op een dwaling die in verband met de aard van de overeenkomst, de in het verkeer geldende opvattingen of de omstandigheden van het geval voor rekening van de dwalende behoort te blijven17. Dat spreekt welhaast voor zich, wanneer iemand bijv. aandelen Koninklijke Olie koopt. De in het verkeer geldende opvattingen omtrent de gang van zaken bij overname van aandelen (zelfs van een heel bedrijf) behoeven niet dezelfde te zijn als de in het verkeer geldende opvattingen bij consumentenovereenkomsten. De verkeersopvattingen kunnen mede worden beïnvloed door in het bedrijfsleven geldende gebruiken, welke op hun beurt weer door Engelse of Amerikaanse zeden kunnen zijn beïnvloed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd8bbb8c638334cda12cb207529fbe7d80fdf58b6ef34314026aa43cbc3d0131. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd8bbb8c638334cda12cb207529fbe7d80fdf58b6ef34314026aa43cbc3d0131, en de alinea staat in dat document op bytes 22633 tot 23772.