Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2000

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6303.

De steller van het middel laat in het eerste onderdeel van het eerste middel blijken van mening te zijn dat verdachte zich het ticket ook heeft toege-eigend, maar dat niet kan worden bewezen dat zulks wederrechtelijk is geschied. Met betrekking tot het ticket volgt uit de inhoud van de bewijsmiddelen echter enkel dat verdachte dat in 1997 heeft ontvangen, dat niet heeft gebruikt en eerst in 1999 weer heeft ingeleverd. Het louter onder zich houden van een voorwerp dat men anders dan door misdrijf onder zich heeft is onvoldoende om toe-eigening aan te nemen en levert daarom geen verduistering op.4 De vraag is wel hoe de strafvorderlijke verwerking van dit gegeven moet geschieden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ece0e832a26b0275207faf4588b64b23a5395b00ddd14b3d40f74e97296c91c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ece0e832a26b0275207faf4588b64b23a5395b00ddd14b3d40f74e97296c91c, en de alinea staat in dat document op bytes 6299 tot 6999.