Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2000

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6303.

6. Rest mij nog de vraag te bespreken welk gevolg ware te verbinden aan het geconstateerde gebrek in de telastelegging onder 1. Als de Hoge Raad de gedeeltelijke nietigheid van de dagvaarding onder 1 wegens innerlijke tegenstrijdigheid zou vaststellen zou een precieze hantering van de cassatieregels van art.440 Sv meebrengen dat de zaak wordt teruggewezen naar het Gemeenschappelijk Hof. Ik geef er de voorkeur aan als de Hoge Raad het bij de vaststelling zou laten, dat het onder 1 telastegelegde innerlijk tegenstrijdig is wat betreft het daarin over het ticket gestelde. Het betreft een onderdeel van de telastelegging dat van ondergeschikte betekenis is. In de strafmotivering spreekt het Hof enkel over de verduistering van het geld en de valsheid in geschrift en noemt het handelen met het ticket niet als een factor die de straf heeft bepaald. Daarmee lijkt mij vast te staan dat aan dit onderdeel van de bewezenverklaring geen zelfstandige betekenis voor de straftoemeting toekomt en dat geen belang van verdachte tekort wordt gedaan als de Hoge Raad cassatie achterwege zou laten.7

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ece0e832a26b0275207faf4588b64b23a5395b00ddd14b3d40f74e97296c91c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ece0e832a26b0275207faf4588b64b23a5395b00ddd14b3d40f74e97296c91c, en de alinea staat in dat document op bytes 10677 tot 11782.