Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6337.
1.4. Aan de subsidiaire vordering heeft [eiser], blijkens de memorie van grieven (blz. 2), ten grondslag gelegd dat een “nauwe verstrengeling” bestaat tussen de rechtbank te ‘s-Gravenhage en het advocatenkantoor, waartoe de advocaten behoren door wie de ANWB en TNO zich hebben laten bijstaan. Deze verstrengeling bestaat hieruit, dat acht advocaten van datzelfde kantoor - anderen dan de advocaten die in dit geding voor de ANWB en TNO zijn opgetreden - tevens rechter-plaatsvervanger zijn in de rechtbank te ’s-Gravenhage. Voorts merkt [eiser] op dat de advocaat, die in dit geding in eerste aanleg voor de ANWB optrad, ook hoogleraar is aan de Vrije Universiteit te Amsterdam terwijl twee andere hoogleraren van diezelfde universiteit rechter-plaatsvervanger in de rechtbank te ’s-Gravenhage zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbdfa8569871b4d1b6f5cd87eb0d9d8820a8ab4973e571ab381b3c2a79b8454f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbdfa8569871b4d1b6f5cd87eb0d9d8820a8ab4973e571ab381b3c2a79b8454f, en de alinea staat in dat document op bytes 7975 tot 8799.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbdfa8569871b4d1b6f5cd87eb0d9d8820a8ab4973e571ab381b3c2a79b8454f | shasum -a 256