Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6337.

1.5. In de tweede plaats heeft [eiser] aangevoerd dat de vice-president, die het beroepen tussenvonnis heeft gewezen, deel heeft uitgemaakt van de Raad van Discipline (als bedoeld in de Advocatenwet) te ’s-Gravenhage, van welk tuchtcollege ook een kantonrechter deel uitmaakte die weer een schoonzuster is van de toenmalige directeur van de ANWB. Daarop geattendeerd, zou de vice-president hebben laten weten hierin geen reden te zien zich te verschonen (MvG punt 13-14). Aan dit alles verbindt [eiser] de conclusie dat in het tussenvonnis niet de schijn is vermeden dat het ontbreekt aan voldoende onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbdfa8569871b4d1b6f5cd87eb0d9d8820a8ab4973e571ab381b3c2a79b8454f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbdfa8569871b4d1b6f5cd87eb0d9d8820a8ab4973e571ab381b3c2a79b8454f, en de alinea staat in dat document op bytes 8819 tot 9485.