Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6337.

2.2. Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering maakt onderscheid tussen de absolute bevoegdheid en de relatieve bevoegdheid van de rechter. De absolute bevoegdheid van de president van de rechtbank staat - zowel in de opvatting van [eiser] als in de redenering van het hof - niet ter discussie. De relatieve bevoegdheid ziet op de vraag, welke rechter van gelijke rang bevoegd is. In dit geval dus op de vraag: van wélke rechtbank is de president bevoegd de onderhavige vordering in kort geding te behandelen? De ANWB en TNO zijn beide gevestigd in het arrondissement ’s-Gravenhage, zodat de rechtbank van dit arrondissement relatief bevoegd is (art. 126, lid 1 en lid 7, Rv). Zo dit al niet terstond duidelijk was, heeft [eiser] bij akte in hoger beroep d.d. 26 februari 1998 sub 3 uitdrukkelijk aangevoerd dat het niet zijn bedoeling is te stellen dat de president van de rechtbank te ’s-Gravenhage relatief of absoluut onbevoegd zou zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbdfa8569871b4d1b6f5cd87eb0d9d8820a8ab4973e571ab381b3c2a79b8454f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbdfa8569871b4d1b6f5cd87eb0d9d8820a8ab4973e571ab381b3c2a79b8454f, en de alinea staat in dat document op bytes 12036 tot 12998.