Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6337.
2.3. De vaststelling in het thans bestreden arrest dat [eiser] zich beroept op relatieve onbevoegdheid van de (president van de) rechtbank te ’s-Gravenhage wordt in onderdeel I dan ook terecht aangevallen. De verwarring is ontstaan doordat de procureur van [eiser] het woord “onbevoegd” op een oneigenlijke wijze gebruikt. De procureur heeft kennelijk slechts willen betogen dat art. 6 EVRM verbiedt dat de zaak wordt berecht door een rechter, die niet voldoet aan de eisen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid als bedoeld in dat artikel, en dat om deze reden een verwijzing van de zaak naar een ander college van gelijke rang behoort te volgen. Aanvaarding van dat standpunt maakt de (president van de) Haagse rechtbank niet onbevoegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbdfa8569871b4d1b6f5cd87eb0d9d8820a8ab4973e571ab381b3c2a79b8454f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbdfa8569871b4d1b6f5cd87eb0d9d8820a8ab4973e571ab381b3c2a79b8454f, en de alinea staat in dat document op bytes 13018 tot 13777.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbdfa8569871b4d1b6f5cd87eb0d9d8820a8ab4973e571ab381b3c2a79b8454f | shasum -a 256