Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6337.
2.8. De wet kent niet de mogelijkheid van verwijzing op de grond die [eiser] heeft aangevoerd. Reeds om deze reden is de in onderdeel II aangevallen beslissing juist, wat er zij van de gronden waarop zij berust. De vraag kan worden gesteld of art. 6 EVRM ertoe dwingt desnoods buitenwettelijk een verwijzing op de aangevoerde grond toe te staan. Ik acht in dit geval de noodzaak hiertoe niet aanwezig. Voor gevallen waarin een verzoeker bevreesd is dat een wraking hem niet zal helpen omdat, wanneer de rechter(s) na inwilliging van zijn wrakingsverzoek wordt/worden vervangen, voor de nieuw aan te wijzen rechter(s) uit hetzelfde gerecht dezelfde wrakingsgrond zal gelden, biedt de wet een oplossing. Krachtens art. 3 van de Wet op de samenstelling van de burgerlijke gerechten zijn de president, de (coördinerend) vice-presidenten en de rechters in een rechtbank van rechtswege rechter-plaatsvervanger in de overige rechtbanken. Langs deze weg kunnen, zo nodig, leden van een andere rechtbank worden aangewezen om als rechter-plaatsvervanger in de Haagse rechtbank de zaak te behandelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbdfa8569871b4d1b6f5cd87eb0d9d8820a8ab4973e571ab381b3c2a79b8454f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbdfa8569871b4d1b6f5cd87eb0d9d8820a8ab4973e571ab381b3c2a79b8454f, en de alinea staat in dat document op bytes 17550 tot 18653.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbdfa8569871b4d1b6f5cd87eb0d9d8820a8ab4973e571ab381b3c2a79b8454f | shasum -a 256