Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6337.
2.12. In de onderhavige zaak is in eerste aanleg vonnis gewezen door een vice-president van de rechtbank te ’s-Gravenhage, dus door een professionele rechter en niet door een advocaat/rechter-plaatsvervanger16. Dat maakt deze zaak minder geschikt voor een principiële uitspraak over de vraag of art. 6 EVRM zich verzet tegen advocaten als rechter-plaatsvervanger. Tóch heeft [eiser] vrees voor onvoldoende onpartijdigheid gesteld, op de hierboven (alinea’s 1.4 en 1.5) genoemde gronden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbdfa8569871b4d1b6f5cd87eb0d9d8820a8ab4973e571ab381b3c2a79b8454f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbdfa8569871b4d1b6f5cd87eb0d9d8820a8ab4973e571ab381b3c2a79b8454f, en de alinea staat in dat document op bytes 23725 tot 24230.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbdfa8569871b4d1b6f5cd87eb0d9d8820a8ab4973e571ab381b3c2a79b8454f | shasum -a 256