Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6337.

2.13. In art. 6 EVRM is het recht op een eerlijke en openbare behandeling door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht verankerd17. Zoals bekend, hanteert het Europese Hof voor de Rechten van de Mens bij de beoordeling van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid een subjectieve en een objectieve maatstaf18. De subjectieve benadering zoekt naar de “personal conviction of a given judge in a given case”. Daarbij geldt: “the personal impartiality of a judge must be presumed until there is proof to the contrary” (EHRM 24 mei 1989, NJ 1990, 627, rov. 47). Omdat eventuele vooringenomenheid van een rechter voor een procespartij in het algemeen moeilijk op te sporen is, hanteert het EHRM daarnaast een objectieve benadering. In het Engels wordt het onderscheid wel aangeduid als actual bias tegenover appearance of bias. Het EHRM omschrijft de objectieve benadering als volgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbdfa8569871b4d1b6f5cd87eb0d9d8820a8ab4973e571ab381b3c2a79b8454f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbdfa8569871b4d1b6f5cd87eb0d9d8820a8ab4973e571ab381b3c2a79b8454f, en de alinea staat in dat document op bytes 24269 tot 25167.