Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6338.

Bovendien zou een zodanig beroep geen kans van slagen hebben gehad, omdat de vraag of Ermer en Black Hole Systems na 11 november 1993 zaken met elkaar zouden doen waaruit voor Ermer betalingsverplich-tingen zouden voortspruiten, naar mijn mening een ‘uitsluitend toekomstige omstandigheid’ als bedoeld in art. 228 lid 2 oplevert. Het middel ziet dit anders op grond van de stelling dat het gaat om een verwachting ‘die wortelde in de reeds bestaande rechtsverhouding tussen Ermer en Black Hole Systems’, maar (daargelaten of zulks een situatie zou opleveren als bedoeld in Parl. Gesch. Boek 6, p. 969, derde volle alinea)1 deze stelling mist feitelijke grondslag in de gedingstukken. Het hof heeft het bestaan van een zodanige rechtsverhouding niet vastgesteld en zij kan ook niet uit de overige gedingstukken als vaststaand worden afgeleid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5463ced55827428d98955416d13daf490f707b3af34eb96e14cf5cb49a75ede0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5463ced55827428d98955416d13daf490f707b3af34eb96e14cf5cb49a75ede0, en de alinea staat in dat document op bytes 11242 tot 12106.