Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6338.

De klacht van de derde alinea gaat uit van de veronderstelling dat het hof in r.o. 4.4 heeft overwogen dat in de omstandigheden van het geval de (wederzijdse) dwaling voor rekening komt van Ermer. Zoals uit het in nr. 6 opgemerkte blijkt, mist deze veronderstelling feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5463ced55827428d98955416d13daf490f707b3af34eb96e14cf5cb49a75ede0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5463ced55827428d98955416d13daf490f707b3af34eb96e14cf5cb49a75ede0, en de alinea staat in dat document op bytes 13262 tot 13563.