Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6340.

Bij brief van 17 mei 1990 heeft de Gemeente aan [verweerder] B.V. meegedeeld dat de ontruiming van het terrein onder andere betekende dat er geen stenen en puinresten meer voorhanden zijn, dat de bovenlaag van de grond door [verweerder] B.V. wordt afgegraven tot een door het Hoofd van de Technische Dienst aan te geven diepte, waarna het terrein opnieuw met teelaarde moet worden aangevuld en dat door een terzake deskundig bureau een schone-grondverklaring moet worden opgesteld. Op 20 december 1990 heeft [verweerster 5] zich in aanwezigheid van [verweerder 4] (verweerder sub 4) ten opzichte van de Gemeente contractueel verbonden om de bodemverontreiniging van het terrein te saneren. [Verweerster 5] heeft een bodemonderzoek laten verrichten waaruit bleek dat zich in sommige grondlagen gehalten van PAK’s ruim boven de B-waarde en enkele boven de C-waarde bevonden. [Verweerster 5] heeft het terreindeel dat door de Gemeente aan de Makro zou worden overgedragen laten afgraven. Van het resterende deel is met toestemming van de gemeente alleen de grindlaag verwijderd. [Verweerster 5] stelt dat zij de hiermee gepaard gaande kosten op [verweerder] c.s. kunnen verhalen

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ed7587285dc9516c27344f40f288cf2b008e38c0faf1677b07f444c94dd1eb8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ed7587285dc9516c27344f40f288cf2b008e38c0faf1677b07f444c94dd1eb8, en de alinea staat in dat document op bytes 9128 tot 10318.