Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6341.
2.3. In eerste aanleg had de man gesteld dat hij, gezien zijn slechte gezondheidstoestand, een spoedeisend belang had bij zijn vordering (inl. dagv. sub 11). De man heeft toegelicht dat hij er grote behoefte aan had “dat het hem toekomende zo spoedig mogelijk tot zijn beschikking komt opdat hij nog enige zaken bij leven kan afhandelen”3. De president overwoog dat het spoedeisend belang niet is betwist en voldoende vaststaat (rov. 5.1). In hoger beroep (grief I) heeft de vrouw het spoedeisend belang van de man - inmiddels: het spoedeisend belang van de erven - bestreden. Het hof had opnieuw te beoordelen of aan het vereiste van spoedeisendheid was voldaan. Daarbij diende het hof zich te richten naar de toestand, zoals die was ten tijde van ’s hofs beslissing4.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f85402e481587843eee6f3994ba261d9857d10c8eadb142656f36ef447559e1b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f85402e481587843eee6f3994ba261d9857d10c8eadb142656f36ef447559e1b, en de alinea staat in dat document op bytes 10877 tot 11665.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f85402e481587843eee6f3994ba261d9857d10c8eadb142656f36ef447559e1b | shasum -a 256