Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6341.

2.7. In de zienswijze van het hof is het spoedeisend belang in conventie na het overlijden van de man in feite hetzelfde gebleven als voordien, te weten: het belang dat [de vriendin van de overleden man] wanneer de man zou komen te overlijden, de beschikking zou krijgen over een geldbedrag waarvan niet in discussie was dat dit bedrag nog aan de man toekwam. Onderdeel 4 leidt in deze redenering niet tot cassatie: in de gegeven omstandigheden heeft het hof met het oordeel over het aanvankelijk aanwezige spoedeisend belang tevens zijn oordeel gegeven over de vraag of in de fase van het hoger beroep nog een spoedeisend belang aanwezig was. Onderdeel 6 leidt niet tot cassatie, omdat het hof in de redengeving mocht betrekken dat het eerder door de man gestelde spoedeisend belang nog steeds aanwezig was omdat [de vriendin van de overleden man] voor grote uitgaven stond. De afweging of dit belang voldoende dringend was, stond ter beoordeling van de rechter die over de feiten oordeelt en vereiste m.i. geen nadere toelichting. Het (in onderdeel 5, in fine) aangevoerde argument dat de afwikkeling van de nalatenschap nog geruime tijd op zich zal laten wachten, versterkt veeleer de noodzaak dat [de vriendin van de overleden man] op korte termijn de beschikking krijgt over financiële middelen dan dat het afbreuk doet aan ’s hofs oordeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f85402e481587843eee6f3994ba261d9857d10c8eadb142656f36ef447559e1b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f85402e481587843eee6f3994ba261d9857d10c8eadb142656f36ef447559e1b, en de alinea staat in dat document op bytes 15097 tot 16459.