Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6341.
2.8. Onderdeel 7 richt zich tegen rov. 6, voor zover daarin staat dat voor de beoordeling van de spoedeisendheid niet ter zake doet dat de nalatenschap onder bewind is gesteld. In zijn testament d.d. 13 augustus 19926 heeft de man [de vriendin van de overleden man] benoemd tot zijn enige erfgename voor het geval hij zou komen te overlijden zonder achterlating van afstammelingen en ten tijde van zijn overlijden nog met haar samenwoont zonder gehuwd te zijn. De erflater heeft al hetgeen [de vriendin van de overleden man] uit de nalatenschap zal verkrijgen op de voet van art. 4:1066 BW onder bewind gesteld voor ten hoogste twee jaren na zijn overlijden; dit bewind is uitsluitend ingesteld in het belang van [de vriendin van de overleden man] (punt III.4 van het testament). Als bewindvoerder is een zekere Th. Bakker aangewezen, die volgens het testament vrij is in de wijze van beleggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f85402e481587843eee6f3994ba261d9857d10c8eadb142656f36ef447559e1b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f85402e481587843eee6f3994ba261d9857d10c8eadb142656f36ef447559e1b, en de alinea staat in dat document op bytes 16479 tot 17387.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f85402e481587843eee6f3994ba261d9857d10c8eadb142656f36ef447559e1b | shasum -a 256