Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6341.
2.16. De rechtsklacht veronderstelt dat het hof van oordeel is dat na de afgifte van de verklaring van erfrecht vaststaat dat [de vriendin van de overleden man] erfgename is en daarover geen discussie meer mogelijk is. Het onderdeel bestrijdt dat oordeel, met het argument dat de rechter niet gebonden is aan de opinie van de notaris die de verklaring van erfrecht afgeeft. Deze klacht mist feitelijke grondslag omdat uit het arrest geenszins blijkt dat het hof de hier bestreden rechtsopvatting is toegedaan. Het hof spreekt over “de waarde die in het rechtsverkeer aan een verklaring van erfrecht wordt toegekend” en sluit daarmee aan bij de wettelijke bepalingen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f85402e481587843eee6f3994ba261d9857d10c8eadb142656f36ef447559e1b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f85402e481587843eee6f3994ba261d9857d10c8eadb142656f36ef447559e1b, en de alinea staat in dat document op bytes 23656 tot 24339.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f85402e481587843eee6f3994ba261d9857d10c8eadb142656f36ef447559e1b | shasum -a 256