Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6341.
2.20. De erfgenaam of legataris, wiens goederen onder bewind gesteld zijn, mist ten aanzien van die goederen iedere zelfstandige beheers- en beschikkingsbevoegdheid10. In de literatuur wordt hieruit afgeleid dat ook het - eisende of verwerende - optreden in rechte ten aanzien van de onder bewind staande goederen behoort tot de taak van de bewindvoerder. De consequentie hiervan zou zijn dat in hoger beroep niet [de vriendin van de overleden man] zelf, maar de bij testament aangewezen bewindvoerder (of, in voorkomend geval: zijn opvolger) qualitate qua als procespartij zou moeten optreden. Aangenomen dat [de vriendin van de overleden man] erfgename is, stond de aan haar vermaakte nalatenschap - met inbegrip van de onderhavige geldvordering op de vrouw - sedert het overlijden van de man onder bewind.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f85402e481587843eee6f3994ba261d9857d10c8eadb142656f36ef447559e1b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f85402e481587843eee6f3994ba261d9857d10c8eadb142656f36ef447559e1b, en de alinea staat in dat document op bytes 27241 tot 28063.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f85402e481587843eee6f3994ba261d9857d10c8eadb142656f36ef447559e1b | shasum -a 256