Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6344.
2) De verkopers hebben in dit geding betaling van de contractuele boete gevorderd. De kopers hebben in reconventie schadevergoeding geëist. De rechtbank heeft in haar vonnis van 24 maart 1995 het beroep van de kopers op de ontbindende voorwaarde van art. 13.1 onder b (de bodemverontreiniging) verworpen. Bij tussenvonnis van 23 mei 1996 heeft zij het beroep van de kopers op de ontbindende voorwaarde van art. 13.1 onder a (het ontbreken van de bouwvergunning) in principe gegrond geacht, behalve voor zover de verkopers in het bewijs zouden slagen dat eiser sub 1 zich medio april 1993 zodanig jegens de campinghouder heeft uitgelaten, dat deze er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat ondanks de ontbindende voorwaarde in de overeenkomst de camping door kopers op 3 mei 1993 zou worden afgenomen en dat de campinghouder zich daarop onherroepelijk heeft gebonden tot afname van zijn nieuwe woning aan de [adres 2] te [woonplaats]. Voor het overige hield de rechtbank elke beslissing aan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a1b2ab95a207c0a81f584b222ad06b35d968f28401f65c4e023f91c03749f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a1b2ab95a207c0a81f584b222ad06b35d968f28401f65c4e023f91c03749f1, en de alinea staat in dat document op bytes 9215 tot 10221.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00a1b2ab95a207c0a81f584b222ad06b35d968f28401f65c4e023f91c03749f1 | shasum -a 256