Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6344.

3) De verkopers zijn van die beslissing met succes in hoger beroep gegaan. Bij arrest van 31 maart 1998 heeft het Gerechtshof te Den Haag de bestreden vonnissen vernietigd, de vordering in conventie van de verkopers toegewezen en die van de kopers in reconventie afgewezen. Het hof heeft kort gezegd geoordeeld dat de kopers niet hebben geappelleerd tegen de afwijzing van hun beroep op de ontbindende voorwaarde van art. 13.1 onder b; en - naar aanleiding van de stelling van de verkopers dat het beroep van de kopers op de ontbindende voorwaarde op oneigenlijke gronden was gedaan - dat hun beroep op de voorwaarde van art. 13.1 onder a in strijd met de redelijkheid en billijkheid was, aangezien (i) nog in april 1993 het toen voor hen vaststaande feit dat de vergunning niet tijdig zou worden verleend geen reden was om zich op die voorwaarde te gaan beroepen, en (ii) zij niet voldoende hadden gesteld om aannemelijk te maken dat de in april 1993 geconstateerde lichte bodemverontreiniging een gevaar opleverde voor het verkrijgen van de vergunning. In die lichte bodemverontreiniging zag het hof ook geen tekortkoming van de verkopers als bedoeld in art. 7:17 lid 1 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a1b2ab95a207c0a81f584b222ad06b35d968f28401f65c4e023f91c03749f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a1b2ab95a207c0a81f584b222ad06b35d968f28401f65c4e023f91c03749f1, en de alinea staat in dat document op bytes 10229 tot 11418.