Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6344.
9) Het hof heeft geoordeeld dat het beroep van de kopers op de ontbindende voorwaarde van art. 13.1 onder a in strijd met de redelijkheid en billijkheid moest worden geacht (waarbij het hof verwijst naar de art. 6:2, 23 en 248)2, omdat dat beroep niet was gebaseerd op het feit dat de bouwvergunning niet tijdig zou worden verkregen, maar om een andere, niet daarmee verband houdende reden was gedaan.3 Onderdeel 5 (subonderdelen 1, 3 en 4) acht deze beslissing onjuist: het hof zou niet de door art. 6:248 lid 2 geëiste terughoudendheid in acht hebben genomen ('naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar') en het hof zou aan motieven een te belangrijke rol hebben toegekend.4
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a1b2ab95a207c0a81f584b222ad06b35d968f28401f65c4e023f91c03749f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a1b2ab95a207c0a81f584b222ad06b35d968f28401f65c4e023f91c03749f1, en de alinea staat in dat document op bytes 15599 tot 16311.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00a1b2ab95a207c0a81f584b222ad06b35d968f28401f65c4e023f91c03749f1 | shasum -a 256