Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6344.
Ik acht deze klachten tevergeefs voorgesteld. De rechtspraak wijst uit dat het nogal eens twijfelachtig is of een bepaalde casuspositie nu wel of niet precies onder de bewoordingen van art. 6:23 (of zijn voorloper, art. 1296 oud BW) valt. Zie Den Tonkelaar, Opschortende en ontbindende voorwaarden (1994), p. 65 e.v.; Parl. Gesch. Boek 6, p. 147 e.v.; Asser-Hartkamp 4-I (2000), nr. 174. In de parlementaire geschiedenis wordt opgemerkt (p. 148) dat de in het artikel gebruikte termen geen scherpe grens beogen te trekken en dat niet door het artikel bestreken gevallen geheel aan de eisen van art. 6.5.3.1 (6:248) blijven overgelaten. Even later (p. 148 infra) wordt in een geval dat niet onder het artikel valt, gesteld dat de desbetreffende handeling 'in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid kan komen'.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a1b2ab95a207c0a81f584b222ad06b35d968f28401f65c4e023f91c03749f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a1b2ab95a207c0a81f584b222ad06b35d968f28401f65c4e023f91c03749f1, en de alinea staat in dat document op bytes 16319 tot 17154.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00a1b2ab95a207c0a81f584b222ad06b35d968f28401f65c4e023f91c03749f1 | shasum -a 256