Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6344.

Dit alles pleit ertegen om scherp te onderscheiden tussen de maatstaf van art. 6:23 ('indien redelijkheid en billijkheid dit verlangen') en de naar de letter meer terughoudende maatstaf van art. 6:248 lid 2. M.i. verdient het om redenen van consistentie de voorkeur om te aanvaarden dat in deze materie het criterium van art. 6:23, als de op de problematiek van het incorrecte beroep op (opschortende of ontbindende) voorwaarden toegespitste bepaling, boven het criterium van art. 248 lid 2 prevaleert. Dat geldt zeker bij beslissingen die zonder veel moeite in de termen van art. 6:23 zouden kunnen worden geformuleerd of niet wezenlijk van de daarin geregelde gevallen afwijken, zoals m.i. ook in deze zaak het geval is.5

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a1b2ab95a207c0a81f584b222ad06b35d968f28401f65c4e023f91c03749f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a1b2ab95a207c0a81f584b222ad06b35d968f28401f65c4e023f91c03749f1, en de alinea staat in dat document op bytes 17162 tot 17898.